skip to Main Content

OPINIE Fouten en mislukkingen bij het Shared Service Center Zuid-Limburg

OPINIE Fouten En Mislukkingen Bij Het Shared Service Center Zuid-Limburg

Het gemak waarmee overheden de voordelen van (de)centralisatie opvoeren, is vaak verbijsterend. In plaats van te behouden wat goed was en te verbeteren wat minder goed was, wordt alles op de schop genomen, met fouten en mislukking tot gevolg, concludeert Ludo Wijnands in bijgaand opinieartikel. Een analyse van fouten en mislukkingen bij het Shared Service Center Zuid-Limburg.

Door Ludo Wijnands

Om economische en/of financiële problemen te voorkomen of te keren, kunnen organisaties en bedrijven een aantal methoden toepassen, zoals omzetverhoging en kostenverlaging. Voor dienstverlenende organisaties, zoals de overheid, staan met name de kostenreductie en efficiencyverbetering ter beschikking.

Voor de overheid is kostenreductie door het verkleinen van het personeelsbestand lastig, als gevolg van de sterke arbeidsrechtelijke positie van de ambtenaren. Het is dan ook zeer begrijpelijk dat er al snel naar het middel van efficiencyverbetering wordt gegrepen. Hoewel efficiencyverbetering op diverse wijzen kan worden bereikt, is centralisatie en – merkwaardig genoeg ook – decentralisatie van gelijkaardige taken veruit favoriet.

‘Als je onderzoekende vragen stelt en niet direct de voordelen aanvaardt, ben je eerst onwetend, dan dom en tot slot weerspannig’

 Het gemak waarmee overheden de voordelen van (de)centralisatie opvoeren, is vaak verbijsterend. Als je onderzoekende vragen stelt en niet direct de voordelen aanvaardt, ben je eerst onwetend, dan dom en tot slot weerspannig. Want het is toch overduidelijk?! Samenvoegen van gelijksoortige taken leidt tot efficiencyvoordelen: betere aansturing, betere afstemming, meer output met minder inspanning, lagere vaste lasten (waaronder huisvesting) en – vooral niet vergeten – lagere overhead!

Het zijn steevast de argumenten. Zo gebeurt het nagenoeg doorlopend dat een uitvoeringsconclusie, namelijk (de)centralisatie, de plaats inneemt van de aanvankelijke wens: het behalen van efficiency-voordeel.

Dit alles heeft tot gevolg dat de (de)centralisatie hoofddoel wordt en het efficiency-doel een onbetwistbare legitimatie daarvoor is. Dit effect wordt nog versterkt door persoonlijke belangen die door de situatie ontstaan. Zoals nog te vergeven functies, succesclaims en het vermijden van mogelijk gezichtsverlies. Kritische vragen worden niet meer gesteld en zeker niet op prijs gesteld. De focus komt geheel te liggen op het reorganisatieproces en de toekomstige organisatie.

Maar als we terug (durven) gaan naar het begin, zullen we ons toch moeten afvragen of centralisatie wel leidt tot de gewenste efficiency-voordelen. Is het zo dat samen op één locatie zitten de communicatie verbetert ten opzichte van gedecentraliseerd werken? Levert onderbrengen op één locatie wel huisvestingsvoordelen op ten opzichte van decentrale locaties? Moet je wel noodzakelijkerwijs bij elkaar gehuisvest zijn om inkoopvoordelen te behalen?

Ik durf te stellen dat het antwoord vaker nee dan ja is. Met de huidige communicatietechnieken is de fysieke afstand geen enkel probleem meer. Je kunt mailen, bellen en videobellen en met één vergadering per week of maand van managers en uitvoerenden kom je prima uit. Kijk maar naar de multinationals en grotere bedrijven met vele vestigingen over het land en zelfs over de hele wereld.

‘Met één vergadering per week of maand van managers en uitvoerenden kom je prima uit’

Op één plek gehuisvest zijn dan? Het kan, maar het is niet zonder meer waarschijnlijk dat het voordeliger is. De vertrekkenden laten immers ruimtes achter waar geen of zeer moeilijk een andere huurder voor gevonden kan worden, gesteld dat dat huisvestingstechnisch en om redenen van veiligheid al zou kunnen. Deze leegstand dient meegenomen te worden in de kosten.

Inkoopvoordelen dan? Quantumvoordelen gedragen zich asymptotisch. Bij het samenvoegen van kleinere aantallen kunnen de voordelen groot zijn, maar ze worden met het stijgen van de aantallen alsmaar kleiner.

Het is niet aannemelijk dat de hoeveelheden van grotere organisaties door samenvoeging tot forse voordelen zullen leiden. Het inkoopvoordeel zal marginaal zijn.

Dan inkrimping van personeel of bevriezen van het totale aantal fte’s. Zoals eerder opgemerkt zijn zeker in overheidsorganisaties inkrimpingen, anders dan door natuurlijk verloop, niet of nauwelijks te realiseren en zo het al kan, tegen zeer hogen kosten.

In het Shared Service Center-reorganisatieproces wordt zelfs het argument van een personeelstekort op de langere termijn opgevoerd. Hierbij wordt buiten beschouwing gelaten dat dit voorspelde tekort aan menskracht gelijk oploopt met een afname van de bevolking en dus van het beslag dat die bevolking legt op de ambtenarij. Daarnaast is dit in tegenspraak met de eerder geprognotiseerde efficiency-voordelen. Cherry-picking in argumenten om je gelijk maar te halen.

‘In plaats van te behouden wat goed was en te verbeteren wat minder goed was, wordt alles op de schop genomen’

Kortom, alle voorspelde voordelen na reorganisatie en alle onheilsvoorspellingen-indien-je-het-niet-doet, zijn niet gebaseerd op een goede analyse van de huidige situatie, maar zijn een eigen leven gaan leiden, als gevolg van persoonlijke belangen en niet meer terug kunnen/willen komen op eerder genomen besluiten en voorstellen. Een bijkomend verschijnsel is dat er altijd voor de 100%-verandering wordt gegaan, daarbij buiten beschouwing latend dat in de oude organisatie niet alles fout ging.

In plaats van te behouden wat goed was en te verbeteren wat minder goed was, wordt alles op de schop genomen. Ziedaar de basis voor de volgende reorganisatie, die dan het omgekeerde is van de eerste. Wat gedecentraliseerd was, werd gecentraliseerd en daarna weer gedecentraliseerd. Een perpetuum mobile van reorganisaties.

De werkelijke oorzaak van de inefficiëntie dient mijns inziens gezocht te worden in het verschil tussen de processen bij de verschillende organisaties. En die verschillen ontstaan niet door verschillende inzichten van de ambtenarij, maar door de lokale politiek, die immers zeer hecht aan haar zogeheten ‘couleur locale’. De weerstand van de politiek om eenheidspolitiek te bedrijven, is zeer groot, zo niet onoverkomelijk.

Laat ik voorbeelden noemen. De jeugdzorg: eerst gecentraliseerd bij de provincie, nu gedecentraliseerd naar de gemeenten, die vervolgens weer de centralisatie zoeken door regionale samenwerking. De gemeente Eijsden, die liever de samenwerking zocht met Margraten dan met Maastricht en nu met alle macht probeert de ‘couleur locale’ overeind te houden. De Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD), waarvan alle betrokkenen nu langzamerhand zich afvragen of ze wel op deze wijze door moeten.

Als de politiek echt efficiënter werken wil bevorderen en daar ook de vruchten van wil plukken, dient zij haar beleid en processen te (her)bezien en op elkaar af te stemmen. Daar begint het, en niet bij de ambtenarij. Die voeren slechts uit wat de politiek hun heeft opgedragen.

Ludo Wijnands is kritisch lid van de Senioren Partij Maastricht. Hij schreef bovenstaande beschouwing op persoonlijke titel

 

Back To Top
×Close search
Zoeken