skip to Main Content

OPINIE Maastricht aan falend beleid ten onder | Cri de coeur van een Maastrichtenaar

OPINIE Maastricht Aan Falend Beleid Ten Onder | Cri De Coeur Van Een Maastrichtenaar
Het gaat in een duizelingwekkend tempo de verkeerde kant op met Maastricht, is de constatering van binnenstadbewoner Frans Holten. In een afnemende conjunctuur is diversiteit in alle aspecten van het stadsbeleid dringend noodzakelijk teneinde een harde landing te voorkomen, vindt hij. ,,Helaas is Maastricht ver verwijderd van zo’n beleid. Ja, er zijn lieden die onze stad graag vergelijken met een goudklomp zonder en passant aan te geven waarop die aanname is gebaseerd.”

Door Frans Holten

Wat was ik ontdaan op een vroege morgen in december vorig jaar. Ik schrok van hinderlijk geluid uit een soort kiosk op het plein van ‘Maastreechter geis’, zo’n tien meter van mijn slaapkamer. Niet leuk om dekking te moeten zoeken voor een stukje ‘cultuur’ dankzij subsidie van de gemeente.

Maar toch. Na wat gemopper op het vaak indringende lawaai, onder meer bij een naburige horecagelegenheid, geloof ik wel dat met deze activiteit de grenzen van het toelaatbare zijn opgezocht. We zullen het laatste nog vrije plein in Maastricht toch niet willen verliezen aan een helse kermis?

Deze nare ervaring was voor mij een mooie aanleiding voor een nadere verkenning van het stadscentrum. Temeer daar ik onder andere met wandelingen moest herstellen van een vervelende medische ingreep. Het werden tochten vol teleurstellingen. En aantekeningen in een opschrijfboekje om achteraf goed te kunnen registreren wat er mis is in onze (nog) mooie stad.

Loopjes verleggen

Om te beginnen viel het mij op dat dagelijks een massa mensen op de been is. In de morgen gaat het richting Vrijthof en ’s avonds trekt een lange sliert weer met grote spoed naar de geparkeerde auto’s en het station. Je zou denken dat dit fenomeen uitstekend is voor de welvaart van de stad. Persoonlijk ben ik daar bepaald niet zeker van.

Met zo’n massa is die route in ieder geval niet aan te bevelen voor mindervaliden. Niettemin heb ik, al laverend met steun van een loopstok, dapper geprobeerd mijn doel te bereiken. Wel ten koste van zo’n vijftig aanvaringen, maar wonder boven wonder zonder stekende reacties. Dankzij vele sorry’s en een positieve opstelling mijnerzijds heb ik het gered, zij het dat ik mijn loopjes naar de morgen heb moeten verleggen.

Tijdens deze wandelingen heb ik het aantal restaurants en aan de horeca gelieerde vestigingen geturfd. Deze actie mag niet worden gezien als een afwijking van mij, integendeel. Ze heeft mij zeer geholpen bij de meningsvorming over deze bedrijfstak en de ontwikkeling daarvan, in het bijzonder in Maastricht. Wist u dat in de door mij bewandelde ruimte zo’n 300 horecabedrijven gevestigd zijn? Ik ben van deze constatering erg geschrokken. Hoe kunnen de uitbaters of eigenaren van zoveel tenten en tentjes nog een redelijke cent verdienen? Uiteraard heb ik bij die telling ook de nodige leegstand en verpaupering vastgesteld.

Idealen in rook op

Ik kan mij heel goed voorstellen dat er met het huidige gemeentelijk beleid, zo gul met vergunningen en bestemmingswijzigingen, nog meer ontgoochelingen zullen volgen voor startende ondernemers. Stuk voor stuk hard werkende mensen die hun idealen in rook zien opgaan. De stad wordt er zeker ook niet mooier op. Denk erom dat de crisis, die er zeker aankomt, een slachting zal aanrichten. Niet alleen in de horecasector.

Juist ten tijde van een afnemende conjunctuur is diversiteit in alle aspecten van het stadsbeleid dringend noodzakelijk teneinde een harde landing te voorkomen. Helaas zijn we daarvan ver verwijderd. Ja, er zijn lieden die onze stad graag vergelijken met een goudklomp zonder en passant aan te geven waarop die aanname is gebaseerd. Laat staan dat ze de goegemeente kunnen overtuigen met een goed onderbouwde visie. Helaas, zo’n visie is er niet. Dit klinkt misschien hard. Maar toch, het moet gezegd worden.

Laat ik ook een pijnpunt noemen. Het terrasbeleid is zonder meer treurig te noemen. Terwijl van een aanleunende horecagelegenheid geen sprake is, zijn er toch zitjes die zich ook nog almaar uitbreiden. Resultaat: ze slaan het zicht op de schoonheid van onze stad volledig stuk. Een geordende handhaving is er niet, omdat de toezichthouders niet kunnen rekenen op een behoorlijke bestuurlijke ondersteuning.

Stijlvolle eenvormigheid verdampt

Het Maastricht dat ooit met een voorbeeldig terrasbeleid indruk maakte, is verdwenen. De openheid van de bedrijven en het mooie meubilair, kenmerkend door zijn stijlvolle eenvormigheid, lijken wel verdampt. Evenals de reclames, die ondanks hun bescheiden afmetingen wel degelijk effectief waren. Nu zitten we met de gebakken peren. En dan doel ik vooral op de afschuwelijke afscheidingen waarmee eigenaren hun bezittingen ‘opsieren’. Daar blijft het niet bij, de uit glas opgetrokken huizen komen eraan! Alsof binnen zitten wanneer het koud is, een straf is geworden en gezelligheid achter beschermende muren er niet meer toe doet. Nu struikel je buiten over de forse reclameborden die absoluut noodzakelijk worden gevonden voor de herkenbaarheid van de winkels.

Ondernemers, forget it! Laat je niet verleiden door de opkomende grote reclamezuilen langs Neerlands wegen. Die kunnen jullie niet betalen, sterker nog: die moeten jullie niet willen betalen. Al die grote, landelijke bedrijven opereren op een andere schaal en ja, ze bedreigen ongenaakbaar jullie diversiteit en financiële draagkracht Daartegen moet een straf beleid worden ontwikkeld.

De stad dreigt haar ziel te verliezen. Vaste bewoners zijn vertrokken na verkoop van hun onroerend goed met bijbehorende goodwill voor een vorstelijk bedrag of na verhuur van hun bezit tegen een mooie prijs. Overnemende partijen komen graag met grote bedragen over de brug mits de winkelmeters kunnen bijdragen aan hun verdienmodellen. Intussen verpauperen leefbare appartementen boven winkels omdat een goed lopend gemeentebeleid, gericht op dat wonen boven winkels, is stopgezet. Want dit beleid bracht te weinig geld op en was voor de gemeentebestuurders ‘dus’ niet aantrekkelijk.

Ongebreidelde groeizucht

Enkele oude industrieterreinen in de stad bestemmen voor woningbouw (hetgeen ook zeer te billijken is) brengt veel meer geld in het laatje. Met de winst verhuizen oude balansposten in de begroting van rood naar groen, ook erg fijn. U weet het misschien niet, maar deze lucratieve opbrengsten spekken niet alleen het stille vermogen van de gemeente maar worden ook gebruikt om tekorten te dekken dan wel leuke of niet urgente activiteiten te financieren. Jammer dat deze nog te bouwen woningen uitsluitend ten deel vallen aan dikke beurzen. Dan rijst opnieuw de vraag of er wel voldoende wordt gedacht aan de broodnoodzakelijke diversiteit, zodat bijvoorbeeld ook aan instromers woonruimte kan worden geboden. Dit vraagstuk schreeuwt om een eerlijke aanpak.

Wat nu gebeurt is zorgelijk. Het stimuleren van bewoning in willekeurig gekozen buitengebieden door provinciale en gemeentelijke overheden (bij voorkeur op maagdelijke landbouwgrond) is natuurlijk veel goedkoper. Hoogwaardige landbouwgronden zijn ooit hun eigenlijke functie kwijtgeraakt omdat boeren geen opvolger hadden of onteigend werden tegen lage meterprijzen. Vruchtbare grond is jarenlang opgeofferd aan een ongebreidelde groeizucht van de overheden.

Weidewinkels waren maar al te welkom, niet in de laatste plaats grootwinkelbedrijven. Met het geld daarvan kon de bouw van voetbalstadions doorgaan. Eerst was het stadion aan de beurt, daarna de onvermijdelijke ontwikkeling van een goed betalend grootwarenhuis. Noodzakelijke uitbreidingen zorgen immers voor een blijvende dekking van exploitatietekorten.

Slopende expansiedrift

De MKB’ers met hun grote verscheidenheid in aanbiedingen, gericht op de eerste levensbehoeften, maar ook op de verlangens naar iets extra’s, werden langzaam maar zeker in de stadskernen en de wijken weggeconcurreerd dankzij de lage vloerprijzen van de ‘grote jongens’, die immers met hulp van de overheden zo zijn bevoordeeld. Diezelfde overheden hebben nog steeds te weinig in de gaten dat met dit soort expansiedrift heel veel wordt vernield.

De binnensteden zijn nu wederom aan de beurt als gevolg van de sterk opkomende internetbedrijven. De verdienmodellen van deze afstandverkoop zijn nog niet overheersend, maar de grote investeerders (investment capital) hebben de tijd. Als het winkelbestand in de city’s eenmaal haar draagvlak heeft verloren vanwege de hoge meterprijzen slaan ze genadeloos toe. De verkoopprijzen van de onliners kunnen zo laag zijn omdat onder meer hun voorraden goedkoop kunnen worden opgeslagen in enorme verdeelloodsen, zeg maar gerust gigantische dozen, die in grote aantallen gebouwd worden langs verkeersknooppunten en snelwegen.

De consument heeft inmiddels deze vorm van kopen ontdekt en de attractie ervan neemt snel toe. De binnenstad loopt gevaar door de toenemende druk op het winkelbestand en krijgt steeds meer het karakter van een openbaar museum dat hopelijk nog wel als woongebied belangrijk kan worden. Iets om te koesteren, want zo ontkomt Maastricht misschien aan het etiket Palermo aan de Maas. Niettemin valt te vrezen voor een uittocht van de middenstand waarop natuurlijk niemand zit te wachten. De tijd zal het leren.

Rupsjes Nooitgenoeg

Gelukkig lijkt de rechterlijke macht stevig in te grijpen, omdat het lichtvaardig gebruik van onze kostbare landbouw- en natuurgronden voor een dichtslibbend Nederland heeft gezorgd. Daaruit put ik de hoop dat we met de restanten nog kunnen blijven ademen en onze nakomelingen niet in de kou zetten.

Over het verdienmodel van de stad zijn we snel uitgepraat. Veel bezoekers kun je gerust vergelijken met Rupsjes Nooitgenoeg. Ze kijken en kijken. Maar kopen? Ho maar! Zoals al eerder gemeld lopen ’s morgens honderden mensen de stad binnen, kopen wat klein spul en gaan dan weer naar huis. Opvallend is dat veel kijkers de door hen gewenste artikelen, die in de etalages en winkels om aandacht schreeuwen, met hun handy fotograferen om ze dan, eenmaal thuis gekomen, online te bestellen.

Ja, druk is het genoeg. Vooral als de straten worden overspoeld door vrachtwagens en kleine busjes, die ervoor moeten zorgen dat de bezoekers op tijd hun hapjes en drankjes kunnen innemen. En dan hebben we het nog niet gehad over het fenomeen Thuisbezorgd.nl die zich in de binnenstad steeds meer laat gelden.

Monomaan belangen najagen

Om de ‘horecanen’ en winkeliers nog in leven te kunnen houden, moeten er steeds meer activiteiten over de stad worden uitgestrooid. Helaas vaak zeer belastend voor de bewoners. Des te erger naarmate minder naar de regelgeving wordt gekeken en dat gebeurt maar al te dikwijls. Alles wordt gedaan om de Rupsjes Nooitgenoeg te plezieren. Zoals het verder afzwakken van het terrasbeleid eind februari 2020 zonneklaar laat zien! O zo fijn voor de ‘rupsjes’, die nu buiten de kroeg zo’n beetje hun gang kunnen gaan Maar het gaat wel ten koste van de stedelingen, die weer eens met lede ogen moeten vaststellen dat ze eigenlijk niet meetellen. Niet vreemd dat steeds meer burgers ervoor kiezen hun woning aan Airbnb aan te bieden. Die trend moet hoognodig worden gekeerd!

Geacht stadsbestuur, het zal toch niet zo zijn dat de pleinen en straten van onze binnenstad en omgeving worden vrijgegeven aan exploitanten, die monomaan hun belangen najagen.

Wij, vaste bewoners in de binnenring – te denken valt aan de wijken: Binnenstad, Jekerkwartier, Kommerkwartier, Statenkwartier, Sint Maartenpoort, Wyck-centrum en de daar achterliggende pleinen, samen 18.500 bewoners – hopen op u te mogen rekenen als het gaat om het ontwikkelen van een doortimmerde visie voor het centrum van Maastricht zodat die weer VITAAL en LEEFBAAR wordt.

Binnenstadbewoner Frans Holten schreef bovenstaande opinie op persoonlijke titel. De Senioren Partij Maastricht verwelkomt bijdragen als deze. Publicatie in de newsroom betekent niet automatisch dat de Seniorenpartij het met de inhoud eens is; wel dat ze het ingenomen standpunt interessant vindt.

 

Back To Top
×Close search
Zoeken