skip to Main Content

Wethouder aan SPM: Maastricht stopt 1,9 miljoen aanvullend rijksgeld in speciaal cultuurherstelfonds

Wethouder Aan SPM: Maastricht Stopt 1,9 Miljoen Aanvullend Rijksgeld In Speciaal Cultuurherstelfonds

De gemeente Maastricht ontvangt een aanvullende rijksbijdrage van 1,94 miljoen euro om cultuurinstellingen in de stad te compenseren voor de verliezen die zij lijden als gevolg van de coronacrisis. Dat blijkt uit een brief van cultuurwethouder Jim Janssen (SPM). Zijn schrijven is een reactie op schriftelijke vragen van de SPM-raadsleden John Steijns en Imgriet Habets. Zij vroegen het college van B en W een maand geleden naar de stand van zaken rond het herstel gemeentelijke culturele infrastructuur.

Zo snel mogelijk

Uit de brief van wethouder Janssen komt verder naar voren dat op dit moment wordt bekeken hoe de ruim 1,9 miljoen het effectiefst kan worden ingezet. ,,Gedacht wordt aan een herstelfonds voor cultuur waarin zowel amateur- als professionele cultuurorganisaties een beroep op kunnen doen. De ambitie is om de middelen zo snel mogelijk als steun voor de sector in te zetten. Een en ander moet echter zorgvuldig voorbereid worden”, aldus de wethouder.

Kwetsbare groepen

De twee SPM-raadsleden hadden ook hun zorgen geuit over het feit dat deelname aan cultuur met name voor kwetsbare groepen moeilijker is geworden als gevolg van de coronacrisis. Volgens hen is dat onwenselijk voor de ‘kansengelijkheid en het welzijn’ van de inwoners van Maastricht. Het college ontkent dit laatste niet. ,,Deelname van kwetsbare groepen aan cultuur heeft helaas ook te lijden onder de coronacrisis en de beperkende maatregelen die daar het gevolg van zijn. Ondanks die beperkingen wordt er alles aan gedaan om die deelname van kwetsbare groepen aan cultuur zoveel als mogelijk intact te houden”, aldus de wethouder.

Administratieve belasting

SPM-fractievoorzitter Steijns is blij met de toezeggingen van zijn partijgenoot in het college van B en W. Een herstelfonds voor cultuur waarin zowel amateur- als professionele cultuurorganisaties een beroep op kunnen doen, noemt hij ‘een prima zaak’. Wel stelt hij heel nadrukkelijk dat de aanvraag om voor geld uit het fonds in aanmerking te komen ‘met name voor onze culturele amateurverenigingen en gezelschappen geen grote administratieve belasting mag zijn’.

 

 

Back To Top
×Close search
Zoeken